Omgeving

Vékény is de kleinste nederzetting van Oost- Mecsek, met een bevolking van slechts 150 personen.

De Mecsek is een ongeveer 45 kilometer lange bergrug in het zuidwesten van Hongarije in het comitaat Baranya, direct ten noorden van de stad Pécs.

Een aantal bergen komt boven de 600 m, met als hoogste punt de 692 m hoge Zengő (wat letterlijk "resonerend" betekent). Het Mecsek gebergte ligt te midden van een vlakke omgeving en is ondanks zijn betrekkelijk geringe hoogte een markante verschijning. Bij goed zicht kan men vanuit het gebergte wel tot 100 km ver kijken.

In vergelijking met andere gebieden in Hongarije is het Mecsek gebergte rijk aan mineralen (waaronder uranium). Er heerst een overgangsklimaat met mediterrane en continentale elementen. Het gebied herbergt 20 à 30 plantensoorten die onbekend zijn in andere delen van het land.

Op een aantal bergtoppen bevinden zich burchten, bijvoorbeeld bij Pécsvárad en bij Zengővárkony.

De hogere gebieden zijn bedekt met loofbos. Bijzonder zijn de op meer plaatsen aanwezige kastanje bossen, zoals het 28 hectare grote woud bij Zengővárkony, die in deze vorm nog maar op weinig plaatsen in de wereld te vinden zijn. Bekend zijn verder de rotsformaties van de Jakab-hegy (Jakobsberg; 592 meter) en de watervallen in het dal van Melegmány.